Veilig onderhoud moet een prioriteit blijven
In de eerste plaats wil ik namens Bemas en Maintenance Magazine mijn oprechte deelneming betuigen aan de families, collega's en vrienden van de slachtoffers.
Hoewel geen van beide partijen opzettelijk een fout heeft gemaakt, was het een ongelukkige combinatie van omstandigheden, gedragingen en beslissingen die in beide gevallen hebben geleid tot een ongeval met de bekende ernstige gevolgen. Deze twee betreurenswaardige incidenten bevestigen de gevaarlijke aard van onderhoudswerkzaamheden.
Naast de milieurisico's brengt de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden immers intrinsiek een aantal specifieke risico's met zich mee.
Het gaat vaak om ongewone taken, die in uitzonderlijke omstandigheden worden uitgevoerd en in de nabijheid van potentieel gevaarlijke machines en apparatuur met bewegende delen, hitte, explosieve materialen, enz.
Automatisering heeft het in veel productieafdelingen mogelijk gemaakt het risico van menselijke fouten en het aantal ongevallen te verminderen.
Automatisering op het gebied van onderhoud is echter veel minder gemakkelijk te implementeren: onderhoud vereist bijna altijd directe menselijke interventie op de apparatuur. Dergelijke apparatuur moet vaak worden ontmanteld. Dit proces verhoogt de kans op menselijke fouten en dus de kans op ongevallen.
Cijfers over veilig onderhoud
Uit de statistieken blijkt dat in Europa tussen 15% en 20% van de ongevallen verband houdt met onderhoudswerkzaamheden. En dit is het geval bij 10% tot 15% van alle dodelijke ongevallen op het werk. Onderhoud (reparatie, afstelling en configuratie) staat daarmee op de vierde plaats in de top 10 van werkprocessen met het hoogste aantal dodelijke slachtoffers (cijfers voor 2003-2005).
Uit recent onderzoek in 2010 is gebleken dat onderhoudstechnici in een bedrijf 2,5 keer meer kans hebben om gewond te raken dan hun andere collega's. De ernst van deze verwondingen is gemiddeld twee keer zo hoog. Bovendien beschikt het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten over zeer gedetailleerde statistieken. Daaruit blijkt dat onderhoudsmonteurs bijvoorbeeld zes keer meer kans hebben op een dodelijk ongeval dan brandweerlieden.
Het spreekt vanzelf dat al deze potentiële risico's toenemen tijdens grote shutdowns en revisies. Tijdens deze onderhoudswerkzaamheden is een groot aantal mensen tegelijkertijd op dezelfde plaats aan het werk onder de tijdsdruk van het halen van deadlines. De kans dat zich gevaarlijke situaties met ernstige gevolgen voordoen is dus groter dan bij regulier onderhoud.
Het identificeren van al deze gevaren en risico's is één ding, het vinden van een adequaat antwoord op deze vraag is iets anders. Elk bedrijf heeft zijn eigen specifieke kenmerken en moet voor zichzelf uitmaken wat de veiligste praktijken zijn. Natuurlijk geven alle betrokken partijen speciale en voortdurende aandacht. Toch wil ik hier enkele interessante ideeën naar voren brengen.
De bovengenoemde studie van BEMAS heeft het verband aangetoond tussen het aantal ongevallen en het soort onderhoud dat is uitgevoerd. Bedrijven waar het grootste deel van het onderhoud correctief is (75%), lopen hun personeel twaalf keer meer risico dan het personeel in bedrijven waar het correctieve onderhoud tot 25% is teruggebracht. In het laatste geval werken de onderhoudstechnici zelfs twee keer zo veilig als het gemiddelde.
Als onderhoudsmanager streven wij er voortdurend naar meer preventief onderhoud te kunnen verrichten. Uit deze cijfers blijkt dat de veiligheidsmanager een goede bondgenoot moet zijn bij het bevorderen van deze aanpak.
Wim Vancauwenberghe