Industrie in overlevingsstand
Ook de andere finalisten, Katrien Bouckaert en Peter Heyndrickx, verdienen mijn felicitaties voor het uitstekende werk dat zij bij Stora Enso verrichten.
De crisis is natuurlijk alomtegenwoordig. Het weegt op zowat elk industrieel bedrijf in ons land. De dalende vraag en de stijgende invoer uit lagelonenlanden duwen onze industrie tot aan de grenzen van haar rentabiliteit. Dit geldt ook voor de finalisten van de prijs "Onderhoudsmanager van het jaar". Zo is de economische activiteit van Stora Enso, dat actief is op de markt voor krantenpapier, sinds 2008 elk jaar met 5% gedaald. In dergelijke omstandigheden is het van essentieel belang een "overlevingsmodus" in te bouwen om positieve ambities te hebben. De CEO van Stora Enso, Chris De Hollander, drukt dit perfect uit met de kwinkslag "Wij willen de laatste krantenpapierfabriek in Europa worden".
En ja, achter zo'n verklaring zit ook een verlaging van de onderhoudsbudgetten, maar wel met een visie. Niet een blinde vermindering van het onderhoud, maar veeleer een investering in een proactieve onderhoudsorganisatie. Deze twee gevallen illustreren dat onderhoud en betrouwbaarheid van de productie essentieel zijn voor het overleven van een fabriek. En zowel Volvo Cars als Stora Enso doen dit op een vrij vergelijkbare manier.
Centrale coördinatie van het onderhoud lijkt van groot belang te zijn. In beide ondernemingen is het onderhoud sinds enkele jaren gedecentraliseerd. Toen de onderhoudspraktijken in de verschillende afdelingen te veel van elkaar gescheiden raakten, en er te veel storingen en te hoge onderhoudskosten waren, werd besloten opnieuw een centraal gecoördineerd servicecentrum op te richten. Bij Volvo blijven echter alleen de technici over die in de plaatselijke produktieafdelingen werken. In beide gevallen is een begin gemaakt met een goede beschrijving van de onderhoudsprocessen, met de nadruk op verbetering van de onderhoudsproductiviteit en verhoging van de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de productielijnen door toepassing van de beste praktijken, maar uiteraard tegen een redelijke kostprijs.
Samen met de grotere betrouwbaarheid wordt het reactieve storingsonderhoud verminderd. Dit resulteert in lagere onderhoudskosten. Onze finalisten bewijzen dit met uitstekende resultaten in interne benchmarks.
Naast de druk op de begroting is er in het licht van de huidige crisis nog een grote uitdaging voor onze onderhoudsafdelingen: hoe om te gaan met oude installaties. Op enkele uitzonderingen na, zoals de onlangs aangekondigde investering in de Total-raffinaderij in Antwerpen, is er inderdaad steeds minder budget om bestaande installaties te vervangen. Het echte overlevingsprobleem voor onze industrie in de komende jaren is dan ook te blijven concurreren met een verouderend machinepark.
Wim Vancauwenberghe
Onderhouds Evangelist