BEMAS in Europa

InleidingEFNMS

EFNMS is de Europese koepelvereniging van nationale onderhoudsverenigingen. Opgericht in 1970 telt ze momenteel leden uit 22 landen. Voor België is BEMAS uiteraard lid. Het belangrijkste doel van EFNMS is het verbeteren van technisch onderhoud zodat dit alle Europeanen ten goede komt.

Onder ‘onderhoud’ wordt begrepen: de combinatie van alle acties op het gebied van techniek, administratie en management tijdens de levensduur van een voorwerp die erop gericht zijn om het optimaal functioneren te garanderen of opnieuw te bereiken.

Om het basisdoel te bereiken onderneemt EFNMS onder ander de volgende zaken 

  • Overleg bevorderen tussen Europese nationale onderhoudsverenigingen
  • Contact bevorderen tussen Europese onderhoudsverenigingen en deze uit de rest van de wereld
  • Best practices, nieuwe technieken en innovaties in maintenance management bestuderen en promoten
  • Onderhoudsgerelateerde wedstrijden, prijzen en erkenningen stimuleren
  • Wetenschappelijk onderzoek over onderhoud stimuleren en promoten
  • Onderhoudsrichtlijnen opstellen
  • Euromaintenance organiseren: een tweejaarlijks internationaal congres over onderhoud
  • ‘Onderhoud’ vertegenwoordigen in Europa, en dit in contact met nationale, supra-nationale en internationale instituten

Enkele concrete voorbeelden van de activiteiten van EFNMS

  • Een certificatieprogramma voor het meetbaar, kwalificeerbaar en aantoonbaar maken van de kennis, kwaliteiten en competenties van onderhoudsmedewerkers
  • Maintworld: een tijdschrift gericht op professionals in onderhoud en asset management
  • Euromaintenance Incentive Award: een tweejaarlijkse onderscheiding voor uitzonderlijke prestaties in onderhoud en asset management 

Meer informatie over EFNMS vindt u op www.efnms.org
Alles over Euromaintenance kan u terugvinden op www.euromaintenance.org.

Belgische voorzitter

 

Herman BaetsIn mei 2013 werd de Antwerpenaar Herman Baets door de raad van bestuur van het EFNMS verkozen tot voorzitter. Hij volgt de Zwitser Alexander Stuber op, die de laatste drie jaar de koepel van Europese onderhoudsorganisaties leidde. De officiële overdracht gebeurde op 25 oktober 2013. De succesvolle kandidatuur voor het voorzitterschap van Herman Baets werd ondersteund door BEMAS, the Belgian Maintenance Association.

Herman Baets is afgestudeerd als ingenieur aan de KUL en startte zijn carrière in 1973 bij BASF Antwerpen, waar hij zijn hele professionele loopbaan doorbracht. Hij startte als production assistant en was vervolgens project manager, group manager en engineering director. Van 2004 tot 2012 was hij Manager Technical Governance. Deze ruime internationale (management)ervaring met alle aspecten van onderhoud en technisch management maakte hem volgens het selectiecomité een geschikte kandidaat voor het voorzitterschap van het EFNMS. Baets is daarnaast vertrouwd met de werking en uitgangspunten van het EFNMS door zijn deelname aan de Euromaintenance conferenties van 2004, 2006, 2008, 2010 en 2012. Hij heeft hij door zijn engagementen bij VOKA en Essencia goede relaties op Europees niveau.

De visie van Herman Baets

Vertrekkend van uit de missie en de visie van de EFNMS, profileert EFNMS zich als de internationaal erkende leider van het onderhoudsnetwerk in al zijn facetten. We willen dan ook de beroepssector vooruit helpen en het belang aantonen van zowel Asset als maintenance management voor onze economie. Dat we ons daarbij neutraal, onafhankelijk en open opstellen is een evidentie. Persoonlijk wil ik van uit deze visie de nadruk leggen op twee zwaartepunten

  1. ‘Onderhoud’ moet als onderwerp op de agenda komen van beleidsmakers op alle niveaus. Daarom moeten we de l’art pour l’art-filosofie verlaten en de focus verleggen naar de EBIT-gedachte.
  2. De verwezenlijkingen van EFNMS moeten nog meer doorstromen naar de praktijk, ook en vooral bij de grotere ondernemingen.

Hiervoor moeten we de erkenning van het EFNMS via zijn nationale geledingen verbeteren om zo een groter draagvlak te creëren. Dit is een must om invloed te kunnen uitoefenen in de EU.

Meer inhoud aan het maintenance concept

Het eerste zwaartepunt zal ons ertoe dwingen om ons maintenance-concept meer inhoud te geven. Een inhoud die praktisch moet zijn en tegelijkertijd de brug moet maken tussen operational excellence en World Class Maintenance. Een mogelijk aanpak, die me altijd zeer sterk heeft aangesproken, is het streven naar de vereiste beschikbaarheid in combinatie met de laagste duurzame kost.

In deze aanpak zijn het niet enkel de onderhoudsdiensten die in de plicht genomen worden maar evengoed marketing, en operations. Deze laatsten staan in voor het woord “vereiste” en spelen een zeer aanzienlijke rol, door de wijze van bedrijven om de kosten duurzaam in toom te houden. Om het met vaktaal te zeggen: MTBF wordt grotendeels bepaald door de bedrijven, terwijl MTTR in handen ligt van de maintainer.

We zullen de nadruk moeten leggen op asset en maintenance management als bouwstenen voor de industrie. Vanuit deze filosofie moeten we een businessmodel ontwikkelen dat de toegevoegde waard van onderhoud moet kunnen aantonen. Niet meer of niet minder dan “Maintenance in the boardroom”!

Grote bedrijven aan boord

Uit mijn professionele ervaring weet ik dat de realisaties van het EFNMS in de grote bedrijven, zoals BASF, EDF, Siemens, Shell, nauwelijks gekend zijn. Meestal hebben ze eigen stafdiensten die gelijkaardige projecten opzetten. Dit zou doorbroken moeten kunnen worden, met een dubbel effect:

  • De kennis van de grote bedrijven komt ook ten goede aan de kleinere bedrijven;
  • De synergie van de ontwikkelingen wordt beter benut.

Een rechtstreekse spin-off van dit geheel zal zijn dat de erkenning van onderhoud als strategische sector voor onze Europese economie een breder draagvlak krijgt. We krijgen in Europa één onderhoudstaal. Praktisch wil dit zeggen dat we de aanvaarding van de, voor ons EFNMS-leden, belangrijke documenten, zoals daar zijn: KPI’s, training, ontwikkelen van competentie profielen, skill qualification, etc... moeten verbeteren.

Dit zal moeten gebeuren deels door gepaste communicatie, deels ook door ervaringsuitwisselingen waarin we moeten uitzoeken waarom bepaalde voorstellen niet echt landen in de industrie.

Industriële toekomst in Europa

Over de belangrijkste uitdagingen die op ons afkomen van uit Europa, ben ik voorzichtig. De Europese industrie zit niet meer in een echt groeiscenario. Het zal eerder een inzetten worden op vervangingseconomie, met beperkte groei, gekoppeld aan innovatie. We zien rondom ons de bevolking vergrijzen, bepaalde economieën hebben het moeilijk, de baby-boomers gaan met pensioen. Al deze fenomenen gaan een druk leggen op de industrie. Ik noem enkele uitdagingen

  • Draaiende houden van onze oudere installaties, gezien door de bril van de assets;
  • In bestaande installaties andere producten maken (flexibiliteit);
  • Opvangen van het wegvloeien van kennis;
  • Vinden van gepast technisch personeel om onze installaties te onderhouden;
  • Kanaliseren valideren van kennis uit de verschillend windstreken in Europa (Maintenance skill passport);

Uitdagingen zijn er genoeg, tijd mogelijk te weinig.